Ambulator nascitur, non fit

Ik heb twee zaken stevig onderschat voordat ik begon aan deze reis; ten eerste de werkelijke afstand van de route die ik loop en ten tweede mijn eigen vermogen en lust om ver te wandelen, elke dag. Mijn twee onderschattingen wegen gelukkig tegen elkaar op, zodat ik toch zoals ik verwachtte in ongeveer honderd dagen Rome zal bereiken. En vandaag ben ik precies drie maanden onderweg. Hij lijkt wel alsof ik nooit iets anders heb gedaan dan wandelen, alsof ik dit mijn hele leven al doe. Ik loop als het als de zon schijnt, ik loop als het regent. Ik loop als ik blij, boos of verdrietig ben. Ik loop als ik honger en dorst heb, ik loop als ik veel of juist helemaal geen zin heb. Soms samen met andere wandelaars, maar meestal alleen. Soms een halve dag, maar meestal van ’s ochtends tot ’s avonds. Het is mijn zekerheid, mijn vrijheid en mijn missie.uitzicht over Sansepulcro, Toscane

Ik denk vaak aan een lezing van Thoreau (Walking, 1862). Het is een essay waarin hij uitweidt over de kunst van het wandelen. Vrij zijn en jezelf overgeven aan de natuur en je innerlijk kompas zijn de ingrediënten voor een ware wandeling. Hij spreekt over een vierde stand, naast de staat, de kerk en het volk: de “saunterer”, oftewel de pelgrim. Mensen die de hele dag binnen zitten begrijpt hij niet, onze benen zijn immers gemaakt om op te staan of om mee te lopen.

No wealth can buy the requisite leisure, freedom, and independence which are the capital in this profession. It comes only by the grace of God. It requires a direct dispensation from Heaven to become a walker. You must be born into the family of the Walkers. Ambulator nascitur, non fit.

Zijn toon van superioriteit herken ik bij mezelf, zeker wanneer ik door drukke, toeristische dorpen en steden loop. Langs de afgeladen terrassen en restaurantjes, bevolkt door dikke, witte (of eigenlijk roodverbrande) mensen, zittend aan decadent volgebouwde tafeltjes. Alle ogen richten zich op mij, door mijn opvallende verschijning, en ik lach de mensen toe terwijl ik denk: “Kijk maar goed, hier loopt een ècht mens, iemand die waarachtig aan het leven is!” Maar ik weet dat het een arrogantie is, berustend op onwetendheid. Iedereen is als het ware een pelgrim, op zijn of haar eigen weg. De oppervlakkige vreemdeling transformeert in een gelaagd persoon, en soms zelfs een vriend, zodra het gesprek begint. Dus ik lach ook om mezelf als ik mijn verheven zelfbeeld voel opkomen.de opvallende verschijning

Een andere inspiratiebron voor me is het leven van San Francesco. De regio’s Toscane en Umbria zijn doordrongen van zijn erfenis. Ik bezoek elke dag wel een klooster of kerkje dat gewijd is aan deze megapopulaire heilige. In het begin van de dertiende eeuw predikte hij over soberheid en pacifisme. Hij deed afstand van al zijn bezittingen en schuwde alle vormen van strijd, zelfs die van het woord. Hij werd een held van een tegenbeweging in een eeuw van schreeuwende ongelijkheid en bloedige kruistochten. Jonge edelen sloten zich bij hem aan en bisschoppen gaven hun kloosters over aan zijn orde. Maar het liefst bracht hij zijn tijd alleen in de natuur door. Het is niet voor niets dat Dierendag op zijn sterfdag wordt gevierd. Ik heb eindelijk een spirituele vriend in het christendom en het is bijzonder inspirerend en voldoenend voor me over San Francesco’s leven te lezen, te spreken en zijn ordes eeuwenoude kloosters te bezoeken.San Francesco en de wolf, die hij aansprak en pacificeerde

Ik vergelijk mezelf graag met mensen die ik bewonder en nastrevenswaardig vind. En misschien, als ik in de Middeleeuwen had geleefd, zou men nu vertellen over Santo Stefano e il cignale, zoals over San Francesco e il lupo. Een paar dagen geleden liep ik door een bos in Toscane, tussen Stia en Monastero della Verna. Bezig met de gps-navigatie op m’n telefoon was ik afgeleid van de weg zelf. Ik kijk op van het scherm en ik zie een everzwijn, ongeveer 30 meter verder op het pad! De zwijnen die ik in Duitsland heb gezien waren slechts kleine varkentje vergeleken met dit beest met heuse slagtanden. Terwijl ik snel een foto maak, kruisen onze blikken en deze broeder is duidelijk niet gecharmeerd van de onderbreking van zijn diner.broeder Ever

Na een paar stappen in mijn richting staat hij stil en begint diep, laag te grommen en met z’n hoef over de grond te schrapen. Ik sta aan de grond genageld, bevroren, terwijl ik alleen maar kan denken: “O fuck, wat moet ik doen?” En dan, tot mijn nog grotere verbazing begint het gevaarte op me af te rennen! Door de adrenaline vraag ik me honderd keer af: “Wegrennen? Vechten? Hoe dan?” Tot de humeurige versie van Pumba een meter of vijftien van me is verwijderd en ik een instinctieve kreet slaak. Schril en hard, niets heroïsch, maar het zwijn schrikt en in een tweede opwelling schreeuw ik: “Als je godverdomme nog een stap verder zet,…!” “Wat dan, dit monster is zwaarder en sterker dan ik”, denk ik nog, maar mijn bluf werkt en met geschreeuw en kabaal met m’n staf jaag ik broeder Ever van het pad. Dit was zeker het meest intense spelletje bluffen dat ik ooit heb gespeeld. En gelukkig bleef het daarbij, want ik heb dezelfde waarden als San Francesco: Pax et Bonum.

Advertenties

Dolce Italia

In iets minder dan twaalf weken van Den Haag naar Firenze. Meer dan 2000 kilometer. Ik ben de Alpen overgestoken en loop nu door de heuvels en bergen van de Appenijnen. Ik heb het gevoel dat ik al iets bereikt heb, al is Rome nog meer dan 500 kilometer ver weg. De Via de San Francesco is prachtig, maar ook pittig zwaar nog. Het laatste deel van mijn pelgrimstocht is begonnen.Uitzicht over Firenze met een onweersbui op komst

Het is in vele opzichten een ander soort reis geworden. Het is nu zomer in Italië en het klimaat hier varieert van bloedheet en droog tot bloedheet en vochtig. Het is bijna onmogelijk geworden te wandelen tussen één en vijf uur ’s middags, dus ik probeer zo vroeg mogelijk zo ver mogelijk te komen. De steden die op m’n route liggen zijn openluchtmusea (Trento, Verona, Bologna en Firenze), maar daardoor ook vol met toeristen. De kleuren in deze streken hebben veel geeltonen en de lucht is stoffig en ruikt zoet van de bloeiende jasmijn. En dan is er natuurlijk nog het eten! Naast de bekende pasta, pizza en gelato heeft elke streek en elke stad haar eigen specialiteit. Bijvoorbeeld mortadella in Bologna, lampredotto in Firenze en het vreemde ongezouten brood van Toscane. Het lijkt soms wel alsof ik bezig ben met een culinaire kruistocht. En gelukkig kan ik de taalbarrière meestal overbruggen met wat woorden Italiaans, handgebaren en behulpzame Italianen die een beetje Engels of Frans spreken.

Op de route tussen Bologna en Firenze heb ik voor het eerst op deze tocht wat dagen met andere wandelaars gelopen. De Via degli Dei is een herontdekte Romeinse weg die over bijna elke bergtop in de buurt loopt. Dat levert zowel fantastische uitzichten als liters zweet op. Een halve dag na mijn vertrek uit Bologna ontmoette ik Dario, een jonge anesthesist uit Firenze, met wie ik het ambitieuze plan smeedde de route in vier dagen te doen. De 137km door de bergen zo snel afleggen is zelfs in mijn supergetrainde staat pittig. Maar toen op de tweede dag Michele uit Brescia zich bij ons voegde, vormden we een Fellowship van ervaren en een tikkeltje gestoorde wandelaars. We daagden elkaar uit onze grenzen op te zoeken en het gaf me bijzonder veel motivatie en inspiratie om in goed gezelschap te wandelen, te eten en te kamperen. En hoewel we, na het eten van de beste panini ooit (bij all’Antico Vinaio) weer ieder ons eigen weg gingen, gloeit mijn herinnering aan het kameraadschap nog na.de Fellowship van wandelfanaten (v.l.n.r.: ik, Michele en Dario)

Ik heb ook bijzondere ontmoetingen gehad door te couchsurfen in de interessante steden. Voor lezers die het niet kennen; via een website of soms andere wegen kun je locale vragen of je één of meer nachten op hun bank mag slapen. Samen met je “host” maak je een plan om samen wat dingen te zien en doen (zoals door de stad wandelen, samen te eten, etc.). Het idee is om culturen, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Ik heb hiermee bijzondere en vriendelijke mensen ontmoet, ook op momenten dat ik een sterke behoefte had aan sociaal contact. Het vergt misschien wat moed en vertrouwen om bij een wildvreemde te slapen, maar het is voor mij een ervaring van ware gastvrijheid.met mijn host, Philip in Verona

Het is nog maar een paar weken wandelen naar Rome en dat bezorgt me gemengde gevoelens: vreugde dat ik mijn doel bijna heb bereikt, verdriet dat ik spoedig mijn heerlijk vrije nomadisch leven opgeef en een warm liefdevol gevoel voor alle mensen die ik onderweg heb ontmoet en iedereen met wie ik onderweg contact hou. Ik geniet nog bewuster van elke kilometer die ik nu loop, elke ontmoeting en elke hap eten. En over eten gesproken, het is weer tijd voor een ijsje (ik eet er bijna elke dag een). Ciao!

Dichterbij de goden

Tussen de bergen van Tirol door loop ik over de oude Romeinse Via Claudia Augusta naar Verona. Soms is het koud en regenachtig, soms is het snikheet en zonnig. De zwaarte van de route valt mee, want hij loopt niet over de toppen van bergen, maar erlangs en vaak ook door de rivierdalen. De weg is echter niet zonder gevaren: soms is het pad langs een bergrug in een afgrond verdwenen en ik zie veel sporen van kleine lawines. Ook loopt deze route vaak net langs of zelfs over de autoweg, wat ik nooit echt prettig vind lopen. Maar al met al is het hier prachtig wandelen door de valeien, langs rivieren en altijd met reusachtige bergen op de achtergrond.een pelgrim met de Zugspitze op de achtergrond

Ik raak niet uitgekeken op deze bergen. De toppen, met soms nog wat sneeuw erop, lijken me uit te dagen ze te beklimmen. Ik voel een soort elektrische energie tintelen tot in m’n vingertoppen, klaar om op die steenhopen los te laten. Een paar dagen geleden was het eindelijk zo ver; de Via Claudia liep om een berg heen, die ook nog eens goed te beklimmen was, de Spitzige Lun(2324m). Alles wat er op m’n verlanglijstje stond kreeg ik: een berg hoger dan 2000m op de route, geen klettersteig-grappen en fantastisch uitzicht. En na een pittige klim stond ik daar dan, met een overweldigend mooi uitzicht. Zo mooi, dat ik besloot ook de nabije en hogere Niederjoch(2460m) en Hochjoch(2570m) te beklimmen. Het was een wel een vermoeiende dag, dus ik zette m’n tent op tussen de twee bergen vlakbij een stuk overgebleven lente-sneeuw (genoeg water voor drinken en koken). Een sublieme ervaring!de gevaren van de weg

Waarom zijn mensen zo gefascineerd door hoogte? Het is terug te zien in taal, waarin hoger zo vaak beter of meer betekent. Hoog zijn is status; de top van een bedrijf huist in de bovenste verdieping van het gebouw, een hogere toren geeft meer prestige en je bent nog steeds hogeropgeleid als je een diploma van de universiteit hebt. Misschien heeft het met het uitzicht te maken, want vanaf grote hoogte ga je dingen anders zien.kamperen op de Niederjoch

Zo probeer ik me een voorstelling te maken van de onvoorstelbare krachten die deze bergen, en de wereld, hebben gevormd. Hoe, miljoenen jaren geleden de Afrikaanse aardplaat tegen de Euraziatische plaat “botste” en door het omhoogkrullen van de aardkorst gigantische bergen ontstonden. Onder andere de Kaukasus, de Alpen en de Himalaya. Het relativeert mijn eigen bestaan en dat van de hele mensheid. We bestaan als soort nog niet eens een miljoen jaar! Zo’n zelfde ervaring had ik in de Rieskrater, in Bayern. Een meteoriet met een doorsnede van anderhalve kilometer stortte daar met een snelheid van 20km/s op aarde neer, zo’n veertien miljoen jaar geleden. Ik las dat de impact vergelijkbaar was met 1,8 miljoen Hiroshima-bommen. Gesteente verdampte en “regende” tot 450km ver van de inslag.

Ik voel me niet nietig tussen deze ongelooflijke krachten. Eerder bijzonder, dat ik met mijn eigen kracht zo een toer kan maken, zo hoog en ver kan komen. Een soort goddelijke inspiratie. Zoals de oude Grieken geloofden dat hun goden op de Olympus woonden, Mozes zijn tien geboden ontving op de Sinaï en Jezus zijn belangrijkste uitspraken deed op een berg in Galilea. Niet dat ik nu christen of een “het had zo moeten gebeuren”-determinist ben geworden. Nee mijn goddelijke inspiratie is een gevoel van verbondenheid, van eenheid met de zon, de aarde en de mensen. Want ook in Tirol heb ik weer veel vriendelijke mensen ontmoet. Ik werd onder andere uitgenodigd door wat leeftijdsgenoten om een dorpsfeest in Landeck met hun te vieren. En een andere dag mocht ik aanschuiven bij een barbecueënde Turkse familie.terug naar de wereld

Terug in Duitsland, Bayern, liep ik een stukje met een Santiagopelgrim, Sven. We hadden het over de goedheid van mensen en over goddelijkheid. Welnu, in Zuid-Duitsland en Oostenrijk begroeten mensen elkaar (formeel) met Grüss gott. Hij interpreteerde het, ook om die woorden zelf te kunnen uitspreken, als volgt: als er al iets van een god is, dan ben ik het, dan ben jij het, dan zijn we allemaal god. Ergo, een groet van god tot god. Sindsdien doe ik hetzelfde. Dus, Grüss gott iedereen!

De moeilijkheid van schrijven

Mijn gedachtes zijn een soep van Nederlands en Engels geworden met een snufje Duits er doorheen. Ongemerkt zullen er vast meer en meer anglicismen en germanismen in mijn taalgebruik sluipen. Het compliceert het vertalen van mijn gedachtes naar woorden nog verder. En zoals trouwe bloglezers waarschijnlijk hebben gemerkt houd ik de blog vrij onregelmatig bij. Soms schrijf ik voor weken niet. Ik zou graag wat vaker willen vertellen over mijn ervaringen, maar er zijn wat zaken die dat bemoeilijken.

Zo kies ik er de laatste dagen voor om veel kilometers af te leggen. Ik voel me gedreven naar Rome, letterlijk en figuurlijk. Ik barst van energie en verlang naar de bergen en Italië, maar ik heb ook een tijdslimiet, omdat ik in augustus terug wil zijn in Nederland. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ben ik bezig met onderweg zijn; het wandelen natuurlijk, m’n tent opzetten en afbreken, eten, drinken, rusten, interessante monumenten bekijken. Het is altijd een afweging hoeveel tijd ik aan wat dan ook besteed. En vaak geef ik het schrijven een lagere prioriteit.

Ook m’n telefoon speelt een rol bij het bloggen: de batterij gaat ongeveer een dag mee bij spaarzaam gebruik en het kost een uur dat ding ergens op te laden. De belangrijkste functies van Iphoney (ja zo heet hij) zijn voor mij de kaarten, het weer en whatsapp. Oja en de camera, om foto’s te maken van bloemen, de wolken, de weg en m’n tent.

Maar verreweg het grootste obstakel bij het schrijven ben ik zelf. Hoewel meerdere lezers me al hebben gezegd dat m’n verhalen “casual” lezen, weeg ik elk woord en elke zin zorgvuldig af. “Wat wil ik vertellen?” en “Wat is het waard om te lezen?” vraag ik me steeds af. Ik beleef elke dag genoeg om misschien wel honderd pagina’s te vullen, dus ik moet ergens een selectie maken. Maar wat selecteer ik? Het zorgt er vaak voor dat ik besluiteloos maar niks opschrijf. Zelfs m’n dagboek staat stil op het moment. Zoals vaak in m’n leven houdt een verlammend perfectionisme me in zijn greep.

Vanochtend kwam ik op een inzicht: ik schijn voor mijzelf een best bescheiden persoon (en zo kom ik misschien ook over). Terwijl ik bezig was in m’n hoofd een lijstje te maken van al mijn verlangens, begon dit zelfbeeld echter te kantelen. Mijn ambities zijn bijna grenzeloos. Elk stukje dat ik schrijf moet een filosofisch meesterwerk zijn, anders deugt het niet. Grinnikend herinnerde ik me een gesprek van eerder op m’n tocht, over idolen en rolmodellen, waarin ik zonder te knipperen Jezus en Aristoteles noemde. Het streven naar hoge doelen is op zichzelf niet slecht, maar ik vergeet vaak de lange weg ernaartoe. Alsof ik in één dag van Nederland naar Rome zou kunnen lopen, of in één stap de Zugspitze willen beklimmen. Het lijkt me verstandig deze onmogelijke ambities los te laten en nieuwe doelen te formuleren.Het nieuwe hoofddoel van mijn blog schrijven is minimaal één persoon interesseren/amuseren met het verhaal. Dat houdt ook in dat ik het geloof als iemand zoiets schrijft als reactie. En sorry pap en mams, jullie zijn uitgesloten, want jullie zijn al trots op elke stap die ik naar Rome zet en elke letter die ik op papier neerpen. Het nevendoel van mijn schrijven is beter worden is het verwoorden van mijn ervaringen en gedachtes. Door “trail and error”, want dat is nu de, denk ik, betere manier om echt vooruit te komen. Nou lieve lezer, kijk maar uit naar de volgende blog. Wie weet tot snel!

Patroni mei

Zo, het is even geleden sinds mijn laatste blog. Ik zit nu bij een Gasthof aan de voet van de Alpen, al bijna 1400 km in de benen. Het gaat geweldig, de streken waar ik doorheen loop zijn prachtig en ik heb veel vriendelijke mensen ontmoet. Alle indrukken en ervaringen zijn wat veel om te verwoorden, maar dit is in het kort wat ik de afgelopen bijna drie weken heb uitgespookt.

Na de Rijn achter me te hebben gelaten, liep ik langs de Main naar Frankfurt. Daar heb ik met Pinksteren een soort vakantie gehouden (twee nachten in een hostel). Ik ontmoette veel medereizigers (geen pelgrims helaas) en het was heerlijk vrienden te maken, een paar dagen niet (veel) te wandelen en een ander soort avonturen te beleven. Zoals wel vaker moest ik me met moeite losmaken en me er toe zetten zo’n toffe plek te verlaten. Maar als pelgrim heb ik een doel, dus de reis ging verder langs de meanderende Main. De route was vrij vlak over het fietspad aan de oevers en liep af en toe door bos, moeras of een stadje.Frankfurt aan de Main

Twee dagen na Frankfurt werd ik ziek; geen kracht in m’n armen en benen meer, buikpijn en een grieperig gevoel door m’n hele lichaam! Ik ben een beetje bang voor borroliosis (Lyme), dus de volgende dag ging ik naar een Algemeinarzt. Hij stelde me gerust en ik voelde me ook al een stuk beter. Ik blijf wel alert op m’n tekenbeten en m’n lichaam. De dagen daarop hervond ik m’n kracht en fitheid en bij Wertheim am Main sloeg ik zuidwaarts af naar de Romantische Strasse, een wandelweg van de Main naar de Alpen. Eindelijk “hard” naar het zuiden over een echte Wanderweg! En hard ging het; bijna elke dag sindsdien loop ik 30 of meer kilometers. Door werkelijk prachtige streken ging de route: het Taubertal, de Nördlinger Ries (een meteorietkrater met een diameter van 25km!) en de Swäbische Alben. Ik liep door pittoreske stadjes als Rothenburg ob der Tauber, Dinkelsbühl en Nördlingen. Naast de beleving van natuurpracht heb ik ook vele bijzondere, vriendelijke mensen ontmoet. Graag vertel ik wat meer over deze ontmoetingen en wat deze mensen mij gegeven hebben.

Florian

Op mijn aankomstdag in Frankfurt ontmoette ik Florian (via de couchsurfing-app nota bene!). Het klikte meteen en we wandelden langs de Main, dronken een biertje en spraken over reizen (hij had in India gereisd), filosofie en het vrije leven. We keken een tijdje naar de huldiging van Eintracht Frankfurt, die de avond daarvoor Bayern München met 3-1 hadden verslagen in de Duitse bekerfinale. Een enorme menigte, dronken en feestvierend in de hete zon, wat een schouwspel wat dat! Op onze terugweg naar het station raakten we halfbetrokken bij een tegenprotest tegen de Venuzuelaanse regering (Maduro), enkel omdat we geïnteresseerd vroegen waar de heisa over ging. Het eindigde met foto’s met Venuzuelaanse vlaggen en het scanderen van anti-Maduro leuzen! Na onze avonturen van de middag ging ik weer terug naar het hostel en Florian weer naar Mainz. Beiden ervaringen en een vriendschap rijker.Florian en ik voor mijn hostel

Karol

Een dag na Frankfurt liep ik tegen het eind van de middag naar een supermarkt in Hanau. Voordat ik naar binnen kon gaan werd ik aangesproken door twee oudere, Duitse bouwvakkers (zongebruind, stevig gebouwd en een ijzeren handdruk). Karol en Konstanz boden me een koud biertje aan, dat ik natuurlijk niet afsloeg (en bleken inderdaad bouwvakkers, al was Karol gepensioneerd). Na mijn uitleg over de pelgrimstocht naar Rome waren ze beiden onder de indruk en heel blij dat ze me ontmoet hadden. Karol bood me een slaapplek aan in zijn weliswaar kleine appartementje, maar hij bleef als een mantra herhalen: “Das Körper braucht entspannung.” Hij kwam zeer oprecht over en ik besloot hem te vertrouwen. Zijn appartement was inderdaad erg klein, maar ik stel vrijgevigheid altijd op prijs, ook als iemand niet veel te bieden heeft. Ik was ook blij dat ik Karol kon helpen met z’n computer, telefoon en headset. Voor mij voor de hand liggende oplossingen waren voor hem als magie: “du bist ein Zauberer!”. De volgende dag ging ik zeker ontspannen verder.Karol en ik

Familie Schaffer

Op 29 mei liep ik tijdens een hete middag door het kleine dorpje Tauberettesheim. Al even zonder water, trof ik gelukkig iemand om te vragen m’n fles te vullen (dit doe ik een aantal keer per dag). De vrouw begreep eerst m’n vraag niet en ze leek een beetje geïntimideerd door m’n verschijning (baard, hoed met veren, grote rugzak en een lange wandelstok). Haar man en zoon kwamen naar buiten om te zien wat er gaande was en ik werd prompt uitgenodigd voor lunch. En niet zomaar lunch, een waar feestmaal, want ze hadden een bevriend stel uit de VS op bezoek. Soep, eend, gebakken vis, asperges, salade, knudeln, kartoffelsalat en zelfgemaakte slagroomsoezen met frambozen en aarbeien. En dat alles terwijl ik me diezelfde ochtend had voorgenomen iets anders dan brood te eten die dag. We praatten over reizen (vader Schaffer had vroeger op de motor door de Sahara en Oost-Europa gereden) en het Amerikaanse stel vertelden over hun zonen die 100-mijlsmarathons rennen. Wat een gastvrijheid en vriendelijkheid weer! Tegen het eind van de middag vertrok ik weer, tonnetjerond en gelukkig.Familie Schaffer, het stel uit de VS en ik aan het feestmaal

Volker

Weer een paar dagen later zat ik ’s ochtends in Dinkelsbühl op een bankje te genieten van een Nussschnecke, toen een vader met zijn zoontje op me af liep. De man, Volker, was erg geïnteresseerd (blijkbaar komen er niet zoveel excentrieke reizigers langs in dat stadje) en z’n zoontje was erg onder de indruk van m’n gevederde hoed en m’n wandelstok. Na een leuk praatje, in het Engels, liepen ze weer verder, maar even later kwam Volker terug met de vraag of ik bij hem thuis wilde douchen. Hij had het even met z’n vrouw overlegd en zij vond het prima, dus daar ging ik, douchen, m’n kleren in de wasmachine en lunch met het gezin terwijl m’n kleren in de droger zaten. Weer een fijne ontmoeting en goede gesprekken! Maar een pelgrim vertrekt altijd weer, steeds roept de weg me en zet ik me ertoe verder te lopen, op weg naar Rome.

Lena

Vanaf afgelopen dinsdag heb ik een paar chilldagen gehouden in München. Ik heb Lena opgezocht, een vriendin van m’n reis naar Compostela. Dit was ook de reden om naar München te gaan (met de trein vanaf Augsburg), want het ligt niet direct aan de route die ik loop. Het was heerlijk m’n verhalen te delen met een vriendin, die bovendien zelf ook een pelgrimstocht heeft gelopen. Deze ervaringen geven me ontzettend veel energie!Lena en ik 🙂

Een patronus is een beschermheilige of schutspatroon in verschillende geloven. Ze dienen als medium tussen de mens en god. Voor mij echter, als atheïst, zijn patroni net anders. Het zijn de mensen die ik ontmoet op m’n reis, m’n familie en vrienden en zelfs de lezers en reageerders van m’n blog. Iedereen geeft me zoveel: vriendschap, aandacht, zorg, eten, drinken, onderdak en nog zoveel meer! Het vervult me van een grote dankbaarheid en ik hoop altijd zelf iets terug te geven. Ik ben nu op de helft van m’n reis, dus wie weet hoeveel en wat voor andere patroni ik tegenkom. Ik kijk er naar uit!

Ontmoetingen langs de Rijn

Na meer dan een maand voorbij Mainz; niet zover als ik had gehoopt na meer dan 800km, maar goed. Misschien loop ik de volgende weken wat directer richting Rome.Mainz aan de Rijn

Ik zit nu in week vijf van m’n tocht, maar soms voelt het alsof ik al een jaar onderweg ben. Soms zelfs alsof ik nooit iets anders heb gedaan dan elke morgen mijn tent afbreken, de hele dag door stad en natuur lopen en dan weer ergens m’n tent opzetten. Lopen, rusten, eten, denken, schrijven, etc. Er ontstaat een zekere routine, die prettig is, want ik weet precies wat ik wil doen, hoe en wanneer, en ik heb veel vertrouwen in bijvoorbeeld mijn vermogen elke nacht een plek te vinden om te kamperen (hoe moeilijk het soms ook is). Mijn schouders zijn gewend aan m’n rugzak, mijn armen aan de felle zon en mijn “ogen” aan het spotten van de routeaanwijzers. Zelfs de uitzichten gaan wennen; de Main is de zoveelste mooie rivier waar ik langsloop en ik heb al zoveel bergtoppen en kastelen gezien langs de Rijn, dat ik sommige niet eens meer opmerk. Ironisch wel, want kies een willekeurig slot of natuurpark van hier en het zou gelijk een van de topattracties in Nederland zijn. Het is bijzonder dat dingen zo snel normaal worden, maar er is één ervaring die altijd indruk op me blijft maken: de waarachtige ontmoeting.

Sommige duren kort, andere duren dagen, sommige zie ik aankomen en weer andere verrassen me compleet. Zo had ik afgesproken een stuk samen te lopen langs de Rijn met Zora, een pelgrim uit Nederland. Ze loopt de Rijn van monding tot bron en daar aangekomen bepaalt ze hoe of of ze Rome verdergaat. In de drie dagen samenlopen beleefden we epische avonturen als in de schemering op een berg naar een kampeerplek zoeken (en vinden), een hele dag door de regen lopen naar een hotelkamer in Koblenz, “bakkies doen” op terrasjes in de zon en praten over het leven.Zora en ik in Koblenz

Een dag nadat Zora en ik afscheid van elkaar hadden genomen, ontmoette ik Frederika, een Duitse wandelaarster die ook op weg is naar de Rijnbron. We waren beiden op zoek naar de plek vanwaar je de legendarische Lorelei-rots kan zien en samen vonden we het prachtige uitzicht. Daarvan genietend lunchten we en spraken we over de ervaringen van onze wandeltochten en onze gedeelde liefde voor het in de natuur zijn. Frederika deelde haar fruit en chocolade met me (door dat soort gebaren mag ik mensen meteen). Ik vervolgde m’n tocht weer alleen. Alleen zeg ik, maar ècht alleen ben ik nooit; er zijn altijd mensen die ik onderweg tegenkom, of ik voel me verbonden met leven dat ik om me heen zie. En op een bepaalde manier voel ik ook een connectie met m’n familie, vrienden en zelfs de lezers van deze blog. Alleen en toch ook weer niet alleen ging ik verder.de Lorelei-rots

Diezelfde avond zat ik op een bankje aan de Rijnoever te roken en te contempleren. Twee zwaarbepakte fietsers stopten vlakbij en ik verstond van hun Frans dat ze op zoek waren naar een wildkampeerplek. Ik liet ze op m’n kaart een mogelijke plek zien een paar kilometer verderop en een uurtje of wat later zat ik aan een picknicktafel met Clotaire en Renault op een perfect stukje gras bij een speeltuintje. Clotaire maakt een duizelingwekkende fietstocht naar Zuid-Afrika, maar hij en Renault toeren eerst samen door Europa op weg naar Kiev. Ik genoot van hun pasta met haan-nuggets, de fles Riesling die Renault in het dorpje op de kop had getikt, en de reisverhalen die we vertelden. En in de frisse ochtend daarop was daar weer het onvermijdelijke afscheid en vervolgden we onze eigen wegen.v.l.n.r.: Renault, Clotaire en ik

Het reizen voelt als een snelkookpan voor levenservaring. Een andere omgeving (bijna) iedere dag, zoveel prachtige uit- en inzichten en de bijzondere ontmoetingen. Het is als een metafoor voor het leven zelf: iedereen is met z’n eigen reis bezig en soms tref je de ander op je pad. Soms loop je een tijdje samen of deel je je levensverhalen en dan neem je weer afscheid van elkaar. Sommige mensen kom je vaker tegen, maar een hoop zul je nooit meer weerzien. Met een gemengd gevoel van vreugde en verdriet loop ik weer verder naar de eeuwige stad. Ultreïa!

De Eifel voorbij

Zonder veel erover na te denken en uit te zoeken had ik besloten om van Aken naar Koblenz te lopen door de Eifel. Omdat ik niet door het Ruhrgebied wilde gaan en omdat het er “groen” uitzag op de kaart. De steile bergen en prachtige natuurgebieden kwamen als een verrassing voor me.

En weer de berg op…

Langs stuwmeren en bergbeekjes, door beuken- en naaldbossen, hoogvenen en weides. Bergen op en weer af. Ik legde veel kilometers af zonder veel op te schieten en vele dagen waren een beproeving voor me, zowel mentaal als fysiek. Warm weer en grote hoogteverschillen en vaak moeilijk te vinden kampeerplekken maakten de vorige week zwaar. Begrijp me niet verkeerd; de zwaarte hoort bij mijn pelgrimstocht en ik zoek dat zelf op. Dit is niet zozeer een pleziervakantie voor me, eerder een reis naar vele bekende en onbekende doelen. Het overwinnen van obstakels is een manier om iets te vinden; een doel te bereiken.kamperen op de KreuzbergZo kwam het dat ik vorige week wakker werd en eindelijk de twijfel wegviel over de juistheid van mijn tocht. Niet dat ik niet meer pieker of vrede en rust heb gevonden, maar ik loop vanaf die dag met het gevoel weer een echte pelgrim te zijn. Ik kan het niet anders verwoorden dan dat de dingen op hun plek vallen. Misschien dat de beloningen van de testen van de wandeling de sleutel zijn: adembenemende uitzichten na een klim, heerlijk eten na honger en fijne ontmoetingen na eenzaamheid.uitzicht vanaf de Neuenberger TurmIk ben zo onderhand een gevorderde “bergsteiger” aan het worden en ik voel me sterk en vrij. Maar de komende dagen neem ik de fietspaden langs de Rijn en de Main, om wat sneller dichterbij Rome te komen. Dat is wat ik nu verlang en als dat weer verandert, dan volg ik weer een ander pad. Want zoals bekend: “Omnes viae Romam ducunt.”