Ontmoetingen langs de Rijn

Na meer dan een maand voorbij Mainz; niet zover als ik had gehoopt na meer dan 800km, maar goed. Misschien loop ik de volgende weken wat directer richting Rome.Mainz aan de Rijn

Ik zit nu in week vijf van m’n tocht, maar soms voelt het alsof ik al een jaar onderweg ben. Soms zelfs alsof ik nooit iets anders heb gedaan dan elke morgen mijn tent afbreken, de hele dag door stad en natuur lopen en dan weer ergens m’n tent opzetten. Lopen, rusten, eten, denken, schrijven, etc. Er ontstaat een zekere routine, die prettig is, want ik weet precies wat ik wil doen, hoe en wanneer, en ik heb veel vertrouwen in bijvoorbeeld mijn vermogen elke nacht een plek te vinden om te kamperen (hoe moeilijk het soms ook is). Mijn schouders zijn gewend aan m’n rugzak, mijn armen aan de felle zon en mijn “ogen” aan het spotten van de routeaanwijzers. Zelfs de uitzichten gaan wennen; de Main is de zoveelste mooie rivier waar ik langsloop en ik heb al zoveel bergtoppen en kastelen gezien langs de Rijn, dat ik sommige niet eens meer opmerk. Ironisch wel, want kies een willekeurig slot of natuurpark van hier en het zou gelijk een van de topattracties in Nederland zijn. Het is bijzonder dat dingen zo snel normaal worden, maar er is één ervaring die altijd indruk op me blijft maken: de waarachtige ontmoeting.

Sommige duren kort, andere duren dagen, sommige zie ik aankomen en weer andere verrassen me compleet. Zo had ik afgesproken een stuk samen te lopen langs de Rijn met Zora, een pelgrim uit Nederland. Ze loopt de Rijn van monding tot bron en daar aangekomen bepaalt ze hoe of of ze Rome verdergaat. In de drie dagen samenlopen beleefden we epische avonturen als in de schemering op een berg naar een kampeerplek zoeken (en vinden), een hele dag door de regen lopen naar een hotelkamer in Koblenz, “bakkies doen” op terrasjes in de zon en praten over het leven.Zora en ik in Koblenz

Een dag nadat Zora en ik afscheid van elkaar hadden genomen, ontmoette ik Frederika, een Duitse wandelaarster die ook op weg is naar de Rijnbron. We waren beiden op zoek naar de plek vanwaar je de legendarische Lorelei-rots kan zien en samen vonden we het prachtige uitzicht. Daarvan genietend lunchten we en spraken we over de ervaringen van onze wandeltochten en onze gedeelde liefde voor het in de natuur zijn. Frederika deelde haar fruit en chocolade met me (door dat soort gebaren mag ik mensen meteen). Ik vervolgde m’n tocht weer alleen. Alleen zeg ik, maar ècht alleen ben ik nooit; er zijn altijd mensen die ik onderweg tegenkom, of ik voel me verbonden met leven dat ik om me heen zie. En op een bepaalde manier voel ik ook een connectie met m’n familie, vrienden en zelfs de lezers van deze blog. Alleen en toch ook weer niet alleen ging ik verder.de Lorelei-rots

Diezelfde avond zat ik op een bankje aan de Rijnoever te roken en te contempleren. Twee zwaarbepakte fietsers stopten vlakbij en ik verstond van hun Frans dat ze op zoek waren naar een wildkampeerplek. Ik liet ze op m’n kaart een mogelijke plek zien een paar kilometer verderop en een uurtje of wat later zat ik aan een picknicktafel met Clotaire en Renault op een perfect stukje gras bij een speeltuintje. Clotaire maakt een duizelingwekkende fietstocht naar Zuid-Afrika, maar hij en Renault toeren eerst samen door Europa op weg naar Kiev. Ik genoot van hun pasta met haan-nuggets, de fles Riesling die Renault in het dorpje op de kop had getikt, en de reisverhalen die we vertelden. En in de frisse ochtend daarop was daar weer het onvermijdelijke afscheid en vervolgden we onze eigen wegen.v.l.n.r.: Renault, Clotaire en ik

Het reizen voelt als een snelkookpan voor levenservaring. Een andere omgeving (bijna) iedere dag, zoveel prachtige uit- en inzichten en de bijzondere ontmoetingen. Het is als een metafoor voor het leven zelf: iedereen is met z’n eigen reis bezig en soms tref je de ander op je pad. Soms loop je een tijdje samen of deel je je levensverhalen en dan neem je weer afscheid van elkaar. Sommige mensen kom je vaker tegen, maar een hoop zul je nooit meer weerzien. Met een gemengd gevoel van vreugde en verdriet loop ik weer verder naar de eeuwige stad. Ultreïa!

Advertenties

De Eifel voorbij

Zonder veel erover na te denken en uit te zoeken had ik besloten om van Aken naar Koblenz te lopen door de Eifel. Omdat ik niet door het Ruhrgebied wilde gaan en omdat het er “groen” uitzag op de kaart. De steile bergen en prachtige natuurgebieden kwamen als een verrassing voor me.

En weer de berg op…

Langs stuwmeren en bergbeekjes, door beuken- en naaldbossen, hoogvenen en weides. Bergen op en weer af. Ik legde veel kilometers af zonder veel op te schieten en vele dagen waren een beproeving voor me, zowel mentaal als fysiek. Warm weer en grote hoogteverschillen en vaak moeilijk te vinden kampeerplekken maakten de vorige week zwaar. Begrijp me niet verkeerd; de zwaarte hoort bij mijn pelgrimstocht en ik zoek dat zelf op. Dit is niet zozeer een pleziervakantie voor me, eerder een reis naar vele bekende en onbekende doelen. Het overwinnen van obstakels is een manier om iets te vinden; een doel te bereiken.kamperen op de KreuzbergZo kwam het dat ik vorige week wakker werd en eindelijk de twijfel wegviel over de juistheid van mijn tocht. Niet dat ik niet meer pieker of vrede en rust heb gevonden, maar ik loop vanaf die dag met het gevoel weer een echte pelgrim te zijn. Ik kan het niet anders verwoorden dan dat de dingen op hun plek vallen. Misschien dat de beloningen van de testen van de wandeling de sleutel zijn: adembenemende uitzichten na een klim, heerlijk eten na honger en fijne ontmoetingen na eenzaamheid.uitzicht vanaf de Neuenberger TurmIk ben zo onderhand een gevorderde “bergsteiger” aan het worden en ik voel me sterk en vrij. Maar de komende dagen neem ik de fietspaden langs de Rijn en de Main, om wat sneller dichterbij Rome te komen. Dat is wat ik nu verlang en als dat weer verandert, dan volg ik weer een ander pad. Want zoals bekend: “Omnes viae Romam ducunt.”

Luctor et emergo

Mijn ogen gaan open en ik blaas ademwolkjes in m’n tent. Het is vijf voor zes, dat ritme zit er al redelijk in of misschien komt het door de kou dat ik zo vroeg wakker wordt. Het ruisen van de wind in de sparren en het klaterende beekje waar ik naast sta overstemmen het altijd aanwezige achtergrondgeluid van vliegtuigen en auto’s. Vandaag hoop ik vroeg in Hellenthal aan te komen, daar boodschappen te doen en dan meteen door te lopen naar Blankheim. Omkleden, ontbijten, tent afbreken en m’n tas inpakken kan ik in een uurtje, maar gedachten nemen me volledig in beslag. Waarom lukt het me niet een blog te schrijven zoals ik dat wil? Waarom lukt het me niet om te stoppen met roken? En wat wil ik nou eigenlijk bereiken met deze reis? De tijd verstrijkt en rond zeven uur besluit ik de vragen maar te laten voor wat ze zijn. Het is tijd om te wandelen.

De laatste dagen heb ik het zwaar, niet fysiek of met het weer, want daar heb ik niets over te klagen. Nee, ik voel me rusteloos en ontevreden; maak me zorgen over de tijd en afstand die ik loop en het geld dat ik uitgeef. Ik schrijf, zeker voor mijn doen, best veel, maar het klinkt allemaal als pretentieus gezwam als ik het teruglees. Radicale twijfel bespaart geen enkel onderwerp, maar misschien is de enige zekerheid die ik nu heb het wandelen. Een soort “ambulo ergo sum”.

Het is nu één uur en ik zit bij een ijssalon in Hellenthal te schrijven, te roken en te wachten tot m’n telefoon is opgeladen. Al zo’n twintig km’s afgelegd, waarvan de ene helft een verkeerde kant op en de andere toch naar dit dorp.

Onderweg vroeg ik om water aan oudere man die aan z’n tuin zat te werken. Hij vroeg mij of ik ook een glas limonade lustte en of ik ook op z’n bankje in de tuin wilde zitten. We hielden een gesprek zoals ik ze al zo vaak heb gevoerd. Over de pelgrimstocht en details als het gewicht can m’n rugzak, afstanden en slaapplekken. Hij wees me nog de weg en ik ging weer verder. Op de een of andere manier voelde ik me opgelucht. Misschien had Christian iets van zijn opmerkelijke chillheid op me afgestraald of misschien was het dat hij vroeg of ik hem een kaartje uit Rome wilde sturen. Dat vroeg hij toen ik vertelde dat ik in het Vaticaan drie kaarsen zal opsteken: één voor mijn familie en vrienden, één voor de mensen die ik onderweg ben tegengekomen, en een laatste voor de rest van de wereld.

Anyways, ik laat voor nu de oordelen van goed en slecht achterwege en geniet van wandelen in de prachtige Eifel. Geen zorgen, dit soort worstelingen horen bij een pelgrimstocht. Ik hoop dat jullie lezers begrijpen waarom ik geen regelmatige blog bijhoud. Carpe diem en tschüss!

De eerste dagen

Daar zit ik dan weer alleen op een terrasje, in Roermond nu. De blaren zijn al vereelt, mijn lichaam gewend aan de zware last en de moeilijkheden van de eerste dagen zijn al weer een verre herinnering.

Zoveel heb ik al meegemaakt, dat ik bij lange na niet alles kan beschrijven, maar ik zal hier een selectie op “papier” zetten.

De eerste week was warm en pittig. Kampeerspots zijn moeilijk te vinden in de Randstad en omstreken, dus vaak heb ik m’n tent in een park opgezet. Eenmaal in de Betuwe aangekomen werd het beter pelgrimeren: mooiere wegen en minder huizen en industrie. Aan de Waal heb ik op prachtige plekken gestaan, soms gewoon op het strand. Na een paar dagen wildkamperen maak je je ook minder druk om gezien te worden en krijg je wat meer lef om je tent gewoon neer te zetten op een mooie plek. Ik had wel een deadline: ik had in Nijmegen afgesproken met Harry en Pim (zie de foto) om vanaf maandag een week samen te lopen. Daarvoor had ik etappe overgeslagen met de bus en was het af en toe aardig doorstappen. Natuurlijk geen probleem voor deze doorgewinterde pelgrim :p en zondagmiddag kwam ik aan in Nijmegen, waar ik een couchsurfadres had gevonden.

De tweede week was een totaal nieuwe ervaring voor me. Ik heb op mijn tocht naar Santiago vaak genoeg met anderen samengelopen, maar dat waren eerst onbekenden en iedereen maakte toch zijn eigen reis. Nu liep ik samen met vrienden, die speciaal voor mij in wandeloutfit naar Nijmegen kwamen en een weekje mijn pelgrimsleven wilden delen. Hoewel het voor hun de eerste keer was om zoveel dagen achtereen te wandelen en te wildkamperen, bleken Harry en Pim meteen natuurlijke pelgrims te zijn. We liepen via de heuvels van Nijmegen door het Reichswald naar Duitsland om zo vlak langs de grens naar Roermond te lopen. Het was een feest om mijn liefde voor natuur en het buitenleven op die manier te kunnen delen. Zeker ook, omdat onze interesses en reiswensen zo goed op elkaar aansluiten.

Het zal even wennen zijn weer alleen te reizen, maar dat is toch waar ik het uiteindelijk voor doe. De vele indrukken van stad, natuur en mensen in me opnemen en beschouwen. Alleen reizen is toch de beste manier voor me om die weg te bewandelen. Zo, nu gaat de tocht weer verder, via Maaseik verder naar Aken. Het is koud en regenachtig en misschien krijg ik nog wat nachtvorst! Maar met zo’n 280km in de benen en de ervaringen van de afgelopen dagen heb ik alle vertrouwen de verdere reis geweldige ervaringen te hebben. Ultreia!

Frustratieventilatie

Elke vezel in m’n lijf deed zeer vanochtend. Blaren op m’n voeten, striemen op m’n schouders en heupen en verbrande armen. Hoofdpijn, spierpijn en een algemeen zijn-pijn.

En bij het opstaan ontdekte ik een teek die over m’n luchtbed kroop! Ik heb de vorige dagen al een tiental een snelle dood gegund, maar geen van die schurftbeesten had het lef mijn tent binnen te komen. Dit bezorgde de teek direct een eerste plek op mijn hekeldierenpodium, net boven de hoofdluis, gevolgd door de mug.

Oké, wandelen dan maar weer, dat zal een beetje opluchten. Heerlijk, over gloeiend asfalt in de brandende zon! Asfalt geeft, in tegenstelling tot aarde, zand of kiezels geen millimeter mee, wat mijn toch al zere voeten nog ongelukkiger maakt.

Ten laatste wil ik nog kwijt dat het een slecht idee is om met honger boodschappen te doen, omdat je geheid teveel koopt. Zoveel zelfs, dat je na een bunkersessie net buiten de supermarkt er achter komt dat je de komende 16km twee kilo extra gewicht mee mag sjouwen.

Maar goed, ik zit nu op een terras te genieten van een theetje en deze frustraties van me af schrijven. Zometeen gaat de tocht weer verder. Ultreia!

Vanaf de voordeur naar Rome

Eindelijk is het zover: vandaag 17 april ben ik begonnen aan mijn pelgrimstocht naar Rome. Van de voordeur van mijn vader en stiefmoeders huis in Wateringse Veld tot het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. De hele reis (meer dan 2000 km) door Nederland, Duitsland, een stukje Oostenrijk en Italië ga ik te voet afleggen in drie maanden (hoop ik). Ik loop ongeveer zes dagen per week, gemiddeld 25 km per dag, met mijn rugzak van ongeveer 16 kg, met daarin mijn tent, kleding, kookstelletje, slaapzak, etc. Tussen de steden die ik aandoe kampeer ik in het wild (in een bos, weide, park, of wat er maar een beetje afgezonderd uitziet).

Als ik dit zo opschrijf klinkt het best extreem eigenlijk, en ik moet eerlijk zeggen dat de eerste dagen ook wel zwaar zullen zijn, zowel fysiek als mentaal. Het kost wat tijd om in de pelgrims-modus te komen, wat voor mij zoiets betekent als aandachtig je omgeving in je opnemen en daarvan te genieten. Ik begon de dag vol adrenaline en was lang bezig met het inpakken van mijn rugzak. Bijna alle aandacht ging vandaag naar het zoeken van de wandelroute, vergeten en overbodige spullen en ik heb me meerdere malen afgevraagd waar ik nu weer aan ben begonnen. Maar af en toe had ik al de momenten waar ik deze reis voor maak: ik kijk om me heen, zie en voel de wereld. Mijn lichaam voelt sterk en ik ben tevreden. Zo simpel kan het leven soms zijn.